Raamdecoratie kiezen die past bij je interieur én je leefstijl
De meeste adviezen over raamdecoratie beginnen bij het product: dit is een rolgordijn, dat is een plissé, en zo werkt een shutter. Nuttig, maar het antwoordt op de verkeerde vraag. Want of een vouwgordijn de juiste keuze is hangt niet af van wat een vouwgordijn is, het hangt af van hoe jij die kamer gebruikt.
Wij beginnen daarom aan de andere kant. Wie woont hier, hoe leeft die, en wat moet dit raam eigenlijk doen? Pas als dat duidelijk is, gaat het over stof en model. Hieronder lopen we die volgorde met je door.
Begin niet bij de stof, begin bij de ruimte
Vier vragen bepalen negentig procent van de keuze. Neem ze per raam door, niet per kamer een woonkamer met een raam op het noorden en een tuindeur op het zuiden vraagt twee verschillende antwoorden.
Waar valt het licht vandaan, en wanneer? Een raam op het zuiden krijgt in de zomer felle middagzon; daar wil je iets dat licht kan filteren zonder de kamer donker te maken. Op het noorden is het licht constant en zacht, daar mag de raamdecoratie zwaarder en decoratief zijn, omdat je hem niet gebruikt om licht te weren.
Hoeveel privacy heb je nodig, en op welk moment? Een benedenwoning aan een drukke straat is een ander verhaal dan een slaapkamer op de eerste verdieping met uitzicht op de tuin. Let er ook op dat privacy ’s avonds omslaat: bij kunstlicht binnen zie je van buiten alles wat een lichtdoorlatende stof overdag verbergt.
Wat doet die kamer de hele dag? Een kamer waar ’s avonds televisie wordt gekeken vraagt om iets dat reflectie tegengaat. Een werkkamer vraagt om licht dat je kunt sturen zonder de hele dag aan het koord te hangen. Een eetkamer waar je gasten ontvangt mag juist theatraal zijn.
Wat kan het raam technisch aan? Draai-kiep ramen, schuifpuien, vensterbanken en een diepe of ondiepe dagkant bepalen mede wat er past. Dit is de vraag die mensen het vaakst overslaan en waar het achteraf het vaakst op stuk loopt.
De soorten raamdecoratie op een rij
Als die vier vragen beantwoord zijn, valt de keuze meestal terug tot twee of drie opties. Dit is waar ze voor bedoeld zijn.
Overgordijnen
De zwaardere stof, meestal op een rails of roede. Overgordijnen doen drie dingen tegelijk: ze verduisteren, ze dempen geluid en ze maken een ruimte zachter. Dat laatste wordt onderschat in een kamer met een stenen vloer en veel glas is een gordijn vaak de enige zachte massa, en dat hoor je meteen. Met een voering of een tussendoek win je extra isolatie.
Inbetweens
Zwaarder dan vitrage, lichter dan een overgordijn. Een inbetween filtert het licht en geeft overdag privacy zonder de kamer te verduisteren. Vaak de beste keuze als je één oplossing wilt en geen dubbele rails. Ook de stof waarin het verschil tussen goedkoop en goed het snelst zichtbaar is: een mooie inbetween valt en vangt licht, een matige hangt.
Vitrage
De dunste laag, meestal in combinatie met overgordijnen. Vitrage is er voor het zicht van buiten naar binnen en voor het diffuse licht binnen. In moderne interieurs zie je minder vitrage, maar in een woning met veel straatcontact blijft het de praktische oplossing.
Vouwgordijnen
Een vlak stuk stof dat in horizontale banen omhoog vouwt. Je krijgt het effect van een mooie stof zonder de ruimte die gordijnen naast het raam innemen, ideaal bij een smalle dagkant, een vensterbank of een raam waar meubels tegenaan staan. In de keuken en de badkamer de logische keuze.
Plissé en duette
Geplooide stof die van boven én van onder te bedienen is. Daarmee kun je het onderste deel van een raam sluiten en het bovenste open laten precies wat je wilt bij straatcontact op de begane grond. De honingraat variant heeft luchtkamers en isoleert hierdoor merkbaar beter.
Jaloezieën
Horizontale lamellen in hout, aluminium of kunststof. De enige oplossing waarmee je de richting van het licht regelt in plaats van alleen de hoeveelheid: je kantelt de lamellen en stuurt het licht naar het plafond. Sterk in werkkamers en in ruimtes met beeldschermen.
Rolgordijnen
De eenvoudigste en meest onopvallende oplossing. Onmisbaar waar je iets nodig hebt dat volledig verdwijnt als het open is, of waar verduistering moet kunnen zonder enige lichtkier, een slaapkamer met een lichte slaper, of een kinderkamer in de zomer.
Vier manieren van leven, vier andere keuzes
Dezelfde woonkamer, vier verschillende bewoners. Zo verschuift de keuze.
Een gezin met jonge kinderen. Alles wat op ooghoogte hangt wordt aangeraakt. Een vouwgordijn of plissé buiten handbereik werkt beter dan een lang gordijn dat langs de vloer valt, en een stof die je kunt schoonmaken scheelt op termijn meer dan een mooie kleur oplevert. Geen losse koorden binnen bereik.
Wie thuiswerkt. Je zit uren in dezelfde ruimte en het licht verandert de hele dag. Hier winnen jaloezieën of een plissé die je in stappen bijstelt van een gordijn dat alleen open of dicht kan. Reflectie op het beeldscherm is het criterium, niet de sfeer.
Wie graag mensen ontvangt. De kamer wordt vooral ’s avonds en bij kunstlicht gebruikt. Dan mag de raamdecoratie zwaar en decoratief zijn: een mooie overgordijnstof die valt, in een kleur die de rest van het interieur oppakt. Hier is de stof de investering, niet de techniek.
Wie licht slaapt. Volledige verduistering is een technisch probleem, geen stofprobleem. Het gaat om de kieren: naast het gordijn, boven de rails, onder de onderlat. Een verduisterend rolgordijn in de dagkant, gecombineerd met een overgordijn eroverheen, doet meer dan de dikste stof alleen.
Moeten gordijnen lichter of donkerder zijn dan de muur?
Er is geen regel, maar er is wel een effect. Kies je een tint die dicht bij de muurkleur ligt, dan wordt de kamer ruimer en rustiger: het raam verdwijnt in de wand en je oog loopt door. Kies je een duidelijk donkerder of contrasterend gordijn, dan wordt het raam een element in de kamer dat goed werkt bij een mooi raam of een hoog plafond, en minder goed in een kleine ruimte.
De meest gemaakte fout is niet de kleur maar de ondertoon. Een warm gebroken wit gordijn tegen een koel grijze muur blijft altijd wringen, ook als de helderheid klopt. Dat zie je niet op een foto en nauwelijks aan een klein staaltje daarom werken we met grote stalen die je thuis bij je eigen licht en je eigen muur legt.
De stoffen waarmee wij werken
Raamdecoratie is uiteindelijk textiel, en daar zit het verschil dat je jarenlang blijft zien. Een goede stof hangt na vijf jaar nog zoals op de dag dat hij werd opgehangen. Een matige zakt uit bij de zoom, verkleurt ongelijk op de plek waar de zon staat, en gaat glanzen waar hij langs de rails schuift.
Wij werken daarom met een beperkt aantal stoffenhuizen die we kennen, merken als Ploeg, Nova, Christian Fischbacher en Nya Nordiska. Beperkt, omdat je pas weet hoe een huis zich houdt als je er jarenlang mee werkt en je klanten terugziet. Wat deze huizen gemeen hebben: ze weven in plaats van printen, hun kleuren blijven over collecties heen consistent, en een stof die nu in productie is, is er over een paar jaar nog als je een kamer wilt bijwerken.
Waar je zelf op kunt letten, ook zonder vakkennis. Pak de stof op en laat hem vallen: een goede gordijnstof maakt uit zichzelf een rustige, regelmatige val en veert niet terug in scherpe knikken. Voel het gewicht aan de rand. En houd hem tegen het licht, dan zie je of de binding gelijkmatig is, of dat er wolken in zitten.
In de studio liggen de staalboeken van alle huizen die we voeren. Dat is geen detail: het verschil tussen een stof die blijft en een stof die uitzakt, voel je aan de rand en aan het gewicht, en dat kun je op een scherm niet zien. Neem een staal mee naar huis, leg het bij je eigen muur en kijk er een paar dagen naar bij ochtendlicht en bij avondlicht.
Stoffen en kleurstalen zien en voelen?
Een stof op een scherm is een kleurvlak. In het echt is het gewicht, val en een kleur die verandert zodra hij in plooien hangt twee meter opgenomen stof leest voller en donkerder dan hetzelfde staal plat in je hand. In de studio hangen de stoffen op hoogte, zodat je die val ziet in plaats van hem je te moeten voorstellen, en kun je twee kandidaten naast elkaar houden. Dat laatste is de enige manier om een verschil van een halve tint te beoordelen.
Kom langs aan de Weerwal 21-22 in Purmerend. Woensdag tot en met zaterdag van 10.00 tot 17.00 kun je zo binnenlopen. Heeft u specifiek een vraag? Maak dan een afspraak, dus hebben we alle aandacht voor u.
RECENTE BERICHTEN
